ja_koniga

Medellin, 10 April 2012 PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Henk & Marianne   
dinsdag 10 april 2012 00:00

Medellin, 10 April 2012image_show

De terugreis vanaf San Agustin via Neiva gaat vlot. Bij Ibaque nemen we de weg door het laagland richting noorden naar Mariquita. We passeren Armero. Deze stad is op13 november 1985 volledig van de kaart geveegd. Bij een uitbarsting van de vulkaan Nevado de Ruiz is de sneeuwkap gesmolten, waardoor er een modderstroom over de stad heen is geraasd.

De mensen zijn volledig verrast. Gevolg 25.000 doden.  De stad is niet meer opgebouwd want dit was al de 2e keer dat de stad op deze manier is verwoest. Het regenwoud heeft de ruïnes overwoekerd.  Er staat een gedenkteken op de plek, waar het centrale plein was. Overal zie je grafstenen, waar de mensen hebben gewoond. Indrukwekkend.

Bij Honda krijgen we te horen dat de weg verderop tot 22.00 uur is afgesloten. Bij de hevige regens van april vorig jaar is de weg volledig weggeslagen. Overdag wordt er aan de weg gewerkt. Heel brutaal rijden we een kilometerslange file van vrachtauto’s voorbij, tot aan de wegversperring, Daar treffen we een hele aardige politieman. Hij kijkt naar onze auto en geeft ons permissie door te rijden. Maar of we wel iemand even een lift willen geven naar de andere kant. Marianne laat zich daarom achterin opsluiten. We worden naar een bypass geleid. Dit blijkt een modderpad te zijn vlak langs de afgrond. Eerst naar beneden. De auto begint te glijden. Henk stopt om de 4WD in te schakelen, en kijkt enigszins bezorgd want het gaat nu steil omhoog. Er is geen weg terug meer. Het is maar goed dat Henk niet hoort hoe Marianne achterin moord en brand schreeuwt. Even later zijn we boven. Pfff dat hebben we ook weer overleefd.

In Villeta  laten we de auto een dag op de camping staan. We nemen de bus naar Bogota om het goudmuseum te bezoeken. We hebben geen zin om door een stad met 9 miljoen mensen te rijden. In het goudmuseum zijn 36.000 gouden objecten te zien, die allemaal in Colombia zijn gevonden. (van 2000 v Chr. – 1500 na Chr.) Veel gouden voorwerpen werden meegegeven aan de doden. Maar de sjamanen, de priesters, gebruikten de voorwerpen ook om contact te maken met de goden. Wij zijn geen fanatieke museum mensen, maar hier brengen we de hele dag door en genieten elke minuut. Prachtig.

Even boven Bogota ligt Zipaquira. Hier is in een zoutmijn een kathedraal uitgehouwen. Een bizarre plek met bijzondere lichteffecten. Alleen met Pasen wordt er een mis gehouden.

De volgende stop is Villa de Leyva, een prachtig dorp met witte huizen en een enorm groot plein, geplaveid met kasseien. We staan bij Renacer Hostel. Oscar, de eigenaar, geeft ons veel tips over hostels, waar we later terecht kunnen.  Het is een heerlijke plek om een aantal dagen te vertoeven. In het stadje Leyva zelf  kun je heerlijk eten, bijv. lamsbout, die 24 uur in de oven heeft gegaard. In het dorp verderop zijn gegrilde worstjes de specialiteit.

In de omgeving is genoeg te zien. Paso de Angel(engelenpas) is een smalle doorgang op een bergrug met aan beide kanten een diepe afgrond. In het archeologisch openluchtmuseum zien we de fallussen, die de Indianen maakten, als teken van vruchtbaarheid. Een Colombiaanse architect is duidelijk geïnspireerd door Gaudi, toen hij zijn droomhuis bouwde. Verder stikt het hier van de fossielen, zoveel dat er zelfs straten mee zijn geplaveid. Een fossiel van een Kronosaurus, een soort krokodil van 8 meter lang en 120 miljoen jaar oud, is prachtig bewaard gebleven.

Voor het eerst in Colombia komen we andere overlanders tegen. Linus en Edith uit Zwitserland reizen samen met hun dochter Malaika en de hond in een grote Mercedes truck. Altijd gezellig, maar ook een belangrijke informatiebron.

Via San Gil rijden we naar Barichara.  Een schilderachtig dorp, waar als specialiteit mieren(2 cm lang!!!) op het menu staan.  Geroosterd smaken ze best lekker. Marianne wandelt naar Guane over de camino real, een weggetje van een paar honderd jaar oud. Helaas heeft Henk de prachtige foto’s, die ze onderweg gemaakt heeft, per ongeluk?? gewist.

In Floridablanca kamperen we boven op de heuvel bij een paragliding school met uitzicht over Bucaramanga. Het is heel populair om als duopassagier mee de lucht in te gaan. Velen komen wit om de neus terug of moeten zelfs overgeven. Niks voor ons.

Om Medellin niet te missen, zakken we weer af naar het zuiden. Ook hier heeft de weg erg te lijden van het regenseizoen, dat net is begonnen. De bergen zijn ook zó ontzettend steil. En de ontbossing werkt natuurlijk ook niet mee. Het Andesgebergte is in beweging. Daardoor heb je regelmatig afstapjes in het wegdek. Het onderhoud kost handen vol geld. Daarom sta je om de haverklap bij een tolstation en ben je weer € 3 lichter. Afgelopen nacht is er veel modder over de weg gespoeld. Mensen uit het dorp zijn druk in de weer om de straat weer schoon te krijgen. Iedereen, die met de auto langs komt, geeft wat geld.

We dalen af naar 300 m. Het kwik stijgt naar 33 graden. In het NP Rio Claro maken we een mooie wandeling langs de rivier. Het marmergesteente is grillig afgesleten.

Vlak voor Medellin slaan we af voor het stuwmeer bij El Peñol. Hier wordt 30 % van alle stroom voor Colombia opgewekt. Het is een mooi gebied met allemaal kleine meertjes en een markante rots van 200m hoog. Vanwege de paasweek heeft bijna iedereen vakantie. Het is dan ook druk in Guatepé met watersporters.

In Santa Fé de Antioquia, ten NW van Medellin, zien we ’s avonds een paasprocessie voorbij trekken. De mensen in Colombia zijn over het algemeen erg gelovig. De kerken zitten vol met Pasen. Beneden het dorp ligt een 200 meter lange hangbrug uit 1895, die met dikke staalkabels verankerd is.

Nu staan we op de parkeerplaats bij een hostel in Medellin, waar we de paasdagen doorbrengen. Dinsdag gaat de auto voor een grote beurt naar de garage.

Daarna rijden we door naar Cartagena voor de verscheping.