Dakar

By admin

 

De Bluescruiser technisch helemaal binnenstebuiten gekeerd. Die moet er voorlopig weer tegenaan kunnen. Het lekkende dak van de camper blijft een bron van ergernis. Ondanks een leeftijd van bijna 15 jaar laten we er tóch maar een nieuw dak op  bouwen. Dat kan pas in september worden gedaan. Moet makkelijk kunnen, dénken we, want we willen pas in november weer weg.
Nadat Marianne’s moeder een goede plek in een verzorgingshuis heeft gekregen besluiten we, ondanks haar fragiele gezondheid, toch maar een overtocht naar Buenos Aires(BA) te boeken voor de auto. “”Haha meneer, dat kunt U wel vergeten””, zegt Cargoshipcruises in IJmuiden. Op z’n vroegst februari volgend jaar. In een container verschepen wordt een moeilijk verhaal, want met het nieuwe dak is de auto er niet lager op geworden. Bovendien willen we dat niet, want als je zelf meevaart met de boot moet het invoeren van de auto een stuk makkelijker zijn. We komen op de wachtlijst.

Het geluk is met ons want in augustus krijgen we een telefoontje dat er een hut is vrijgekomen. Vertrek plm. 3 oktober. Of we die willen hebben? Daar hoeven we geen seconde over na te denken. Hoewel het nog wel zeer penibel wordt of het nieuwe dak op tijd klaar zal zijn. De bouwer heeft begrip voor de zaak en werkt bijna dag en nacht.
Een week voor vertrek naar Buenos Aires is het dak klaar en nu moet ík als een bezenete aan de slag om de camper weer reisvaardig te maken. Alles, de bovenste rij kastjes inclusief de meterkast, moest worden gesloopt voor de verbouwing. Dus nu de zonnepanelen, leeslampen en buitenlamp weer aansluiten. Brandblussers/deken, droogrek, kleerhaken, enz. weer installeren. De auto heeft een behoorlijke gedaanteverwisseling ondergaan en heeft een alkoof gekregen. Het klapdak scharniert nu boven de voorruit en zodoende hebben we bovenin een enorm bed. Aan 3 kanten muskietengaas. Nu moeten we de vochtige hitte in Brazilië en omstreken wel kunnen doorstaan.
Hoewel ik een 2-pers hut heb besluit Marianne om niet met de boot mee te gaan. Ze zou het wel avontuurlijk vinden maar andere argumenten wegen zwaarder. Haar moeder zou het nog langer zonder haar moeten doen in haar totaal nieuwe omgeving, want de overtocht duurt een maand. De collega’s van het AMC krijgen de dienstlijst maar moeilijk rond en zijn erg blij dat Marianne tot begin november blijft werken.
Omdat het nogal wat geld scheelt plaats ik op diverse internetforums een advertentie voor een hutgenoot, en zo kom ik 14 dagen voor vertrek nog aan Franz. Een Rotterdammer, geboren in Oostenrijk, die vroeger als scheepswerktuigkundige heeft gevaren op de Holland Amerika Lijn. Hij heeft een eigen bedrijf gehad. Alles verkocht en wil nu wel weer eens een zeereis maken.
Het inpakken van de auto is nog een hele puzzel. Wat moet ik mee nemen aan boord. Mag ik tijdens de reis bij de auto? We hebben minder bergruimte dan voorheen, dus streng selecteren wat er wel of niet mee moet. Wat moet Marianne nog in NL houden en later meenemen. Alle spullen die normaal vóór in de cabine liggen gaan in dozen, die we achter in de camper zetten. Deze is goed te beveiligen tegen inbraak. Je weet nooit wat er voor gespuis in de havens aan boord komt.
Uiteindelijk wordt ik maandag 5 oktober om 8 uur uitgezwaaid door de buren. Marianne brengt me weg. Nadat we Franz thuis afgehaald hebben rijden we door naar de Belgische grens. Daar laten we de auto even staan en rijden terug naar Bergen op Zoom om de wegenbelasting te schorsen. Het regent pijpestelen. Niet erg om te vertrekken naar warmere oorden.
Rond de middag melden we ons in de haven van Antwerpen (1). En daar ligt de MS Republica Argentina van de Grimaldi Line. Een vrachtschip met passagiersaccomodatie (6 hutten). Gebouwd in 1998, bijna 52.000 ton, 206 m lang, 30 m breed en héééél hoog. Er kunnen bijna 2800 auto’s aan boord en een heleboel containers.

Na een uur hebben we zowaar al een Belg gevonden die gaat over de belading. We brengen de bagage al vast aan boord en Marianne mag mee naar de ruime hut met een stapelbed en eigen douche/wc. In de lounge zitten een Zwitser die alleen reist en een Duits stel. Ze zijn in Hamburg aan boord gekomen en gaan met een begeleide groepsreis mee. Een half jaar door Zuid- en Midden Amerika. Totaal 16 campers. Tja, iedereen moet doen waar die zin in heeft.
Dan moeten we een tijd lang wachten in de auto tot iemand ons aan boord dirigeert. Ondertussen worden er honderden Mini Coopers uitgeladen en evenzoveel Fiat’s ingeladen. We komen op dek 4 te staan met andere Toyota’s, Audi’s, Mercedessen, etc en zelfs een tiental Porsche’s. Op het romantische autodek nr. 4, tussen auto’s, graafmachines, vorkheftrucks en diepladers, neem ik afscheid van Marianne.
Het schip vertrekt pas de volgende ochtend. Langer wachten maakt het afscheid alleen maar moeilijker.
Er worden nog ongelooflijke hoeveelheden voedsel en drank aan boord gehesen. Het voedsel is voor ons, en de drank is er om het laden en lossen in de havens wat soepeler te laten verlopen. In havens als Antwerpen heb je dat waarschijnlijk niet nodig. Hoewel, ik snap niet dat er nog schepen naar toe gaan.
Voordat je de sluis uit bent ben je al 2 uur verder en dan is het nog 75 km varen door de Westerschelde naar Vlissingen. Al met al ben je een halve dag kwijt. En al die tijd is er een loods aanboord. Pingkassa. Nee, geef mij maar Rotjeknor. Op dek 8 liggen de hutten, de lounge en de eetzaal. Ontbijt stipt om 7.30 uur met verse pizza en verse witte broodjes. Boter kennen ze niet die Italianen. Nee, olijfolie op je ontbijtbroodje is veel lekkerder. Lunch/diner om 12/18 uur. Altijd samen met de officieren, maar niet aan de zelfde tafel. En ieder z’n eigen bediende. Verschil moet er zijn. We varen onder Italiaanse vlag met een meer dan uitstékende Italiaanse kok. Als je niet van pasta houdt heb je wel pech. Uitgebreid menu. (Soep met) pasta vooraf, meestal vis én vlees en een groente. Fruit en koffie/thee na. Bij de lunch karafje rood en bij diner flesje witte wijn. In het weekeinde wordt het écht luxe met yoghurt bij ontbijt, antipasto als voorgerecht en dessert met kazen en ijs. Om te voorkomen dat we kogelrond worden, doen Franz en ik 4 keer per dag oefeningen op het bovendek (9) waar ook de commandobrug(verboden gebied voor ons) is. Er is een fitnessruimte maar de apparaten doen het niet zo goed. Na de oefeningen gaan we met de trap naar de bodem van het schip en dan weer naar boven (35meter). De warmte van de machinekamer komt in het trappenhuis en dat wordt net een schoorsteen. Daarom vinden we het eigenlijk niet zo erg dat de kapitein er na een paar dagen een stokje voor steekt. Te gevaarlijk. Dan maar 15 keer de trap tussen dek 8 en 9 op en neer. Met de kapitein hebben we het niet zo getroffen. Echt een stereotiepe kapitein. Klein nors mannetje met een snor, die iedereen afblaft. Hij heeft zich niet eens voorgesteld, en ik heb hem zelfs al één keer zien glimlachen. Als enige van de bemanning, permiteerd hij het zich om bij lunch en diner een flesje wijn te drinken. Hij beschouwt ons geloof ik maar als een noodzakelijk kwaad.

Woensdag 7 oktober Om 4 uur ’s morgens aangemeerd in Le Havre (2). Niks van gemerkt. Er is genoeg tijd om aan wal te gaan. Met een taxi via de moderne tolbrug (Pont de Normandie) over de Seine naar het nabij gelegen Honfleur (3). Een van de meest pittoreske vissershaventjes van de Normandische kust met een prachtige houten kerk. Helaas blijft het maar regenen. Hier komer nog 3 grote motorhomes aan boord met een Oostenrijks stel en 2 Duitse. Nu zijn we compleet met 11 passagiers. De volgende dag brand in de wasserij.  Iedereen met z’n zwemvest aan naar de lounge. De bemanning hijst zich in brandwerende zilverenpakken en blust de brand in de ruimte waar de 7 wasmachines/drogers staan. Slachtoffers worden afgevoerd. Gelukkig is het maar een oefening. Wij, de passagiers, hebben een eigen wasmachine. Uiteindelijk moeten we toch naar de andere ruimte waar de drooglijnen hangen. Wat een luxe, met strijkijzers en strijkmachines, die we uiteraard állemaal gebruiken. ’s Avonds gaan we door naar de Spaanse havenstad Bilbao.
Vrijdag 9 oktober  In alle vroegte, weer zonder dat ik iets merk meren we aan in Bilbao (4). Met 3 taxi’s de 25 km verderop gelegen stad in en langs de rivier te voet naar het Guggenheim Museum. De stadstour in een dubbeldekker breken we halverwege af omdat we trek kijgen in pintxos(het baskische woord voor tapas) met een stevig glas rioja. Hoe die Spanjaarden na de middag nog weer kunnen werken blijft me een raadsel. Via het oude centrum naar de metro en terug naar het schip. Pas de volgende ochtend vertrek richting Dakar (Senegal). Tot aan Cabo Finestre, de noordwestpunt van Spanje, kan ik Marianne sms-en of bellen. Maar daarna is het afgelopen. Dichte mist. We zetten het horloge een uur terug.

Zondag 11 oktober Voor het eerst is het zonnig en kunnen we in korte broek aan dek. ’s Middags gaat plotseling het alarm af. Het schip moet worden verlaten. In de lounge worden alle namen, inclusief de 29 bemanningsleden (grotendeels Fillipijnen) afgeroepen. Iedereen naar één van de 2 (gesloten) reddingsboten. Er kunnen 42 pers in, dus we kunnen met z’n allen in één. Gelukkig is het een oefening! We leren hoe we zelf de boot kunnen laten zakken en de motor kunnen starten ingeval er geen bemanninglid aan boord is.
Maandag 12 oktober Casablanca(Marokko) wordt niet aangedaan tot ieders teleurstelling. Geen vracht. We gaan al wéér een uur terug in de tijd. Het wordt inmiddels zo warm aan boord dat de airco permanent aangaat. Virussen worden lekker verspreid en iedereen wordt snipverkouden. Wat een geblaf. Het lijkt wel een hondenkennel. Tegen middernacht naderen we de Canarische eilanden. De hoogste tijd om Marianne wakker te bellen. We vormen een gezellige groep. Er wordt veel gelachen. Al kan ik de moppen in zuidduits of oostenrijks accent niet altijd goed volgen. En met Franz heb ik het ook getroffen. Zelfde soort humor. Christian, de Zwitser met een hangsnor heb ik omgedoopt tot onze hond, omdat hij iedere keer zo ontzettend snel zijn bakje heeft leeggevreten. Zo nu en dan wordt er door één van ons een zelfgemaakt video of fotoreportage  vertoont en ook ik doe een duit in het zakje. De Oostenrijker is computerexpert en onze kunsten worden vertoond op een enorm flatscreen dat ie uit z’n motorhome heeft gehaald.

Woensdag 14 oktober In 2 groepjes bekijken we de machinekamer die wel 40 m hoog is. Wat een lawaai en het is er 40 gr.C. De schroefas met een diameter van een halve meter draait ruim 100 omw/minuut. In de controlekamer met ettelijke computerschermen is het koel. We zien dat het zeewater 29 gr.C is. Kun je nagaan hoe warm het aan land is. Het schip gebruikt per etmaal 70 ton zware (zwavelhoudende) stookolie. In Europa moeten ze wettelijk een minder zwavelhoudende olie stoken. De hoofdmotor levert 32.000 pk. Aan boord wordt zeewater ontzilt voor het koelwater. Wij gebruiken het voor de douche en om de tanden te poetsen. ‘s Middags luister ik op het bovendek vaak naar de wereldomroep want in de lounge krijgen we op de televisie alleen het Italiaanse RAI-UNO. Verder is er tijd om een boek te lezen, Spaans te studeren en de reis door Argentinië en Chili voor te bereiden. Ondertussen vergapen we ons aan meezwemmende dolfijnen, walvissen en vliegende vissen. Die vliegen soms wel 30m lang boven het water. Heel bijzonder. Al 3 verstekelingen gezien. Drie verschillende soorten vogels. Net voor donker komt Dakar (5) in zicht. Weersvoorspelling bijna 40 grC, 95% RV.

Donderdag 15 oktober Vanuit de haven lopen we zo de stad in met z’n vieren. De rest vindt het maar eng om in Afrika aan land te gaan. Internetten is een probleem want ze willen geen dollars. Wisselen om de hoek. Maar die zitten niet te wachten op een paar losse biljetjes. Als het eindelijk gelukt is een paar francs te bemachtigen blijkt het internet zo traag dat we er al gauw de brui aan geven. Het is hier zo benauwd dat we zwetend als otters door de lokale vismarkt slenteren. Overal worden we vriendelijk gegroet in het Frans. De 1e stuurman denkt dat we rond de middag weer vertrekken. Wij zijn keurig om 12 uur terug. Vertrekken we pas om half negen ’s avonds. Tot nu toe kon ik in elke haven aan land gaan zonder papieren. Heel merkwaardig. Geen douane die iets vraagt. De hele middag kijk ik naar het afladen van de kneusjes die op het bovendek staan in weer en wind. Met gillende banden worden ze op een platform gereden en met 2 tegelijk opgehesen. Als het al geen wrak was, dan is het dat nú wel. Bumpers en nummerborden vliegen je om de oren. De ene na de andere band sneuvelt. De meesten worden met een aparte accu gestart, en als ook dat niet lukt gewoon door een andere auto aangeduwd. Een sloperij is er niks bij. Al ze allemaal beneden staan wordt het hele dek volgezet met lege containers. Elke container wordt gecontroleerd op verstekelingen en verzegeld.
Zaterdag 17 oktober Het is niet ver varen naar Conakry (6) in Guinee. We hadden er makkelijk gisteren kunnen zijn, maar er is geen plek in de kleine haven. En het is er niet pluis. Dus blijven we de hele nacht op de oceaan. ‘s Morgens voor anker en crisisberaad door alle officieren in onze eetzaal. De kapitein is uiterst nerveus. Als we vandaag niet de haven in mogen gaan we weer de oceaan op. Op alle hoeken van het schip staan mensen op wacht. Angst voor piraten!!! Tijdens het avondeten wordt de bemanning via de intercom opgeroepen. We kunnen de haven in. Om 22 uur eindelijk aan de kade. Er kunnen maar 5 schepen liggen. Het is drukkend heet. Regen en onweer. Het weerlicht constant.

Zondag 18 oktober Het komt bij niemand op om in Conkry aan land te gaan, als we dat al zouden mogen van “de ouwe”, in een land waar een burgeroorlog heerst. Voor nog geen 100 auto en slechts 50 containers zijn ze hier de hele dag bezig. Wat een verschil met Europa. Totale chaos. Alles wordt geblokkeerd door vrachtwagens die om lading vechten. Er kan nauwelijk een vorkheftruck door. Honderd ton rijst uit een bulkschip gaat ter plaatse in zakken en dan op de schouder. Alles handwerk. Zo’n schip ligt hier zo maar 2 weken voor het leeg is. Ik zie heel wat zakken van de vrachtwagens “vallen”, die ter plaatse worden “verwerkt”. Zo is er altijd wat te zien, terwijl er eigenlijk niets gebeurt. In de modderplassen beneden ligt het vuil te rotten. Jammer dat de stank die opstijgt langs het schip niet is te beschrijven. Na vertrek uit dit soort havens kijk ik toch altijd maar even bij de auto of alles er nog aan zit. Eigenlijk moet dat onder begeleiding. Net voor donker vertrekken we, laverend tussen de wrakken die op hun kant liggen. Freetown in Sierra Leone ligt niet ver weg maar we blijven de hele nacht buitengaats. Ook hier wil je niet voor anker ligger in het donker. De angst zit er goed in bij de scheepvaart. Wat ze aan de oostkust van Afrika kunnen, dat kunnen ze aan de westkust wellicht ook.
Maandag 19 oktober Met zonsopkomst lopen we Freetown (7) binnen. Op het eerste gezicht lijkt het een moderne, welvarende stad. Maar als je goed kijkt dan staan er langs de waterkant allemaal krotten. Keurig haventerrein met netjes opgestapelde containers. Volgens de bemanning en de loods is het veilig aan land te gaan. Maar niemand durft mee. En een groepje van twee, vinden Franz en ik net iets te klein. Onze hut doen we eigenlijk nooit op slot. Behalve als we in een haven liggen. Dat is normaal, aan boord van een schip. Onze hut wordt elke dag schoon gemaakt en het bed opgemaakt door Antonino. Een Italiaanse jongen die ons ook aantafel bediend, maar bijna geen Engels spreekt. Het lukt wéér niet om voor donker te vertrekken en dan durft de kapitein het niet aan om te vertrekken.

Dinsdag 20 oktober Om half 9 varen we de haven van Freetown uit. Nu gaan we dan de Atlantische Oceaan oversteken. Óp naar Rio. Misschien krijgen we nou eindelijk eens wat deining. Een uurtje later liggen we echter stil. Een dubbele zwarte bal gaat de mast in en we gaan voor anker. Technische problemen met de hoofdmotor. Zo nu en dan een korte proefvaart maar het schiet niet op. De hoofwerktuigkundige(hwtk) durft de grote plas niet over te steken en besluit dat we op halve kracht (een slakkengangetje van 22 km/h) terug gaan naar Dakar (1000 km). Dat is bijna 2 dagen varen. Een krukaslager loopt warm. Nieuwe onderdelen zullen worden ingevlogen naar Dakar en dan maar afwachten hoe lang de reparatie duurt. Verwachte aankomstdatum in Buenos Aires kon wel eens een weekje later worden schat ik. De afgelopen dagen veel stil gelegen en dan is het aan dek alles behalve lekker. Het zijn zware oefeningen met gympies die bijna aan het dek blijven plakken.

Donderdag 22 oktober Tegen de middag terug in Dakar. Ik verwacht ruim de tijd te hebben om de wal op te gaan en een eerste reisverhaal te kunnen versturen. Tenminste, als we aanleggen en niet ergens voor anker gaan. Zo’n zeereis is toch wel erg saai en eentonig.

Groeten, Henk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *